dinsdag 21 juni 2016

De plicht om weerstand te bieden NIVOZ Onderwijsavond


PHILIPPE MEIRIEU PÉDAGOGIE: LE DEVOIR DE RÉSISTER

Hieronder mijn bijdrage aan de onderwijsavond van 4 april 2016 met Philippe Meirieu n.a.v. de vertaling door Simon Verwer van Le devoir de résister bij uitgeverij Phronese.

 

Ik begin met het voordragen van een bekend Frans gedicht. Een aantal onder u zal zich dit gedicht herinneren van de middelbare school. Le cancre, de domkop van Jacques Prévert.

Le cancre
De domkop (vertaling Leo Mesman)
Il dit non avec la tête
mais il dit oui avec le cœur
il dit oui à ce qu’il aime
il dit non au professeur
il est debout
on le questionne
et tous les problèmes sont posés
soudain le fou rire le prend
et il efface tout
les chiffres et les mots
les dates et les noms
les phrases et les pièges
et malgré les menaces du maître
sous les huées des enfants prodiges
avec des craies de toutes les couleurs
sur le tableau noir du malheur
il dessine le visage du bonheur.
 
Hij schudt nee met zijn hoofd
maar zegt ja met zijn hart
hij zegt ja tegen wie hij mag
hij knikt nee tegen de leraar
hij staat voor de klas
er worden vragen op hem afgevuurd
en alle mogelijke opgaven
plotseling krijgt hij de slappe lach
en veegt hij alles uit
de cijfers en de woorden
de jaartallen en de namen
de zinnen en de strikvragen
en meesters dreigementen trotserend
tekent hij onder luid gejoel van de besten van de klas
met krijtjes in alle kleuren
op het zwarte bord van narigheid
het portret van het geluk.

Alle componenten van onderwijs zijn in dit gedicht aanwezig. We zien hier een leerling, een leraar en lesstof: de cijfers, de woorden, de jaartallen en de namen. De Fransen noemen dit le triangle pédagogique. In vakliteratuur spreekt men ook wel van een triadische relatie: iemand onderwijst, iemand wordt onderwezen en er wordt iets onderwezen.

We willen veel in het onderwijs: staatssecretaris, inspecteurs, opleiders, docenten, ouders, pedagogische onderwijsinstituten kunnen van alles willen én bedenken, maar het plezier van leren, wat de Fransen zo mooi ‘la joie d’apprendre’ noemen kun je niet afdwingen. Degene die onderwezen wordt, moet wel willen. ‘Le plaisir d’apprendre’ moet wel ontstaan. Een kind zoals in dit gedicht dat de slappe lach krijgt, een kind dat liever naar buiten kijkt tijdens je les, een kind dat liever what’s appberichten bekijkt, het is niet alleen de realiteit van iedere dag maar het is tegelijkertijd ook de uitdaging van iedere dag. Kinderen in onze klas doen nu eenmaal niet altijd wat wij van ze verlangen.

Hoe geven we ons onderwijs zo vorm dat een kind deze ‘joie d’apprendre’,  ervaart en het liefst ook nog wil delen met anderen? Wiskundesommen maken of rijtjes onregelmatige werkwoorden stampen is niet altijd enthousiasmerend.

Volgens Meirieu draait alles in het onderwijs om de dialoog tussen docent en leerling. Deze dialoog is het voertuig van de vorming. Via de relatie die een onderwijzer onderhoudt met zijn leerling biedt hij/zij toegang tot de lesstof.

Is de onderwijzer uit dit gedicht in dialoog met zijn leerling? 

Heeft de leerling uit dit gedicht toegang tot de lesstof? Hij veegt immers alles uit: de namen, de jaartallen, de zinnen en ook de strikvragen.

Geeft deze leraar om dit kind? Zien we hier niet de onmacht, de verschrikkelijke machteloosheid van de onderwijzer die zijn toevlucht neemt tot disciplinerend handelen? Deze leraar blijft dreigen en hij stelt ook nog strikvragen. Heeft deze leraar de smaak van overdracht:  le goût de la transmission?

Meirieu zegt terecht dat je je vak als leraar alleen kunt uitoefenen als je geeft om je leerlingen. En die liefde voor je leerlingen zegt Meirieu gaat altijd hand in hand met de liefde voor de wereld. Het gaat om het kind én de wereld.

Wij, leraren zijn essentieel. Wij zijn het hart van het onderwijs. Via deze dialoog komt de vorming van het kind op gang en krijgt het kind toegang tot de wereld.

Dit gedicht gaat ook over weerstand: de weerstand van een kind tegen de manoeuvres van een onderwijzer. Onderwijs gaat in principe altijd over weerstand, over frustratie over discontinuïteit. De vraag is hier dan: hoe ga je met die weerstand om?  Je kunt je afvragen of onderwijs ook niet bedoeld is om kinderen vast de wereldse weerstand te doen ervaren. Die zullen ze later vaker tegenkomen. Zaak is dan wel om die weerstand positief te duiden en om te zetten in een ontmoeting.

Onderwijs is een interactioneel proces. Deze weg van overdracht heeft altijd iets magisch; daar ontstaat ‘la joie d’apprendre’.

 

In hoofdstuk 1 van De plicht om weerstand te bieden spreekt Meirieu over Socrates als de belichaming van de perfectie van overdracht. We zien een Socrates die tegen zijn leerling roept: ‘Zonder jouw inzet, jouw aandacht, jouw bereidwilligheid, kan ik niets voor je doen. Als jij je niet inzet, stranden wij samen.’  Maar hoe hen te onderwijzen die niet willen, die geen belangstelling hebben?

De dialoog tussen leraar en kind is de crux van goed onderwijs. Deze dialoog, dit pact is bepalend voor wat er gaat komen. Door een dialoog waar er iets van de leerling gevraagd wordt, waar kansen geboden worden om lesstof te doordenken, waar ervaringen gedeeld worden, worden het kind en de wereld bij elkaar gebracht.  Heeft deze dialoog de vorm van een gezamenlijke intellectuele onderneming, van een verbond dan zal het de leerlingen helpen om als subjecten te verschijnen zegt Meirieu.  Meirieu spreekt dan van leerling-subject. Goed onderwijs is dus onderwijs waarbij de leerlingen als subject kunnen verschijnen.

Wat bedoelt Meirieu hiermee?

Laten we het woord subject nader bekijken.  We weten dat subject het onderwerp betekent maar als je het woord etymologisch bestudeert zie je:

Sub = sous / onder
Jacere = jeter / werpen

Dan betekent subject dus ook zoiets als geworpen zijn/onderworpen zijn. Er gebeurt dus iets met ons dat deels buiten onszelf ligt. Je wordt geworpen.

Ik ben ook op zoek gegaan naar de etymologie van éduquer het Franse woord voor vormen, opvoeden. Zou ik daar ook deze essentie terugvinden van goed onderwijs? Het Franse woord éduquer komt ook uit het Latijn van educare (voeden,vormen) en ex ducere. Dat betekent guider, conduire hors de: leiden buiten, gidsen buiten, en met name dus hors de soi-même dus buiten jezelf en in de wereld getrokken zijn. Dat is de essentie van onderwijs.

Terug naar het kind in het gedicht. Er is geen sprake van een socratische pedagogiek: de wil tot onderwijzen en het verlangen om te leren komen niet samen. Wat ontbreekt is de liefde voor het kind, het vertrouwen in het kind en daardoor het vermogen om de weerstand te breken. Er is sprake van een geblokkeerde dialoog waardoor het kind niet als subject kan verschijnen.

Hier duikt een paradox op die Meirieu als volgt verwoordt:  ce qui l'intéresse n'est pas toujours dans son intérêt et ce qui est dans son intérêt ne l'intéresse pas vraiment.’ Vrij vertaald betekent dat: wat een leerling interesseert is niet altijd in zijn belang en dat wat in zijn belang is, interesseert hem niet echt. ‘Dienen we ons te baseren op datgene wat leerlingen interesseert, met het risico dat essentiële kennis vergeten wordt’ vraagt Meirieu ‘of moeten we hen taken opleggen die voor hen betekenisloos lijken, met het risico dat alleen de happy few er ooit het belang van inzien?’

Meirieu verheldert dit. ’Het zal voor ieder helder zijn dat datgene waar het kind ‘spontaan belangstelling voor heeft’ niet altijd ‘in zijn belang is’, en vice versa. De onmiddellijke belangstelling van veel leerlingen is vaak pover, oppervlakkig en stereotiep. Bovendien verschilt zij sterk naar gelang eerdere sociale en culturele ervaringen. Deze belangstelling staat ver af van datgene wat de onderwijzer nodig heeft om de groei te stimuleren en bij te dragen aan de ontwikkeling van het kind.’

In De plicht om weerstand te bieden schetst Meirieu ons huidige tijdperk als een tijd waarin de hegemonie van de marketing onze jeugd in een wurggreep heeft van directe behoeftebevrediging die gepaard gaat met een versnippering in focus. Welke pedagogiek kan hier weerstand bieden, welke pedagogiek helpt om een leerling niet alleen object te laten zijn en dingen te laten ondergaan, maar leerlingen als subject te laten verschijnen als actoren van hun eigen worden?

In het boek van Meirieu dat Simon vertaald heeft staan 10 manieren hoe je als docent kunt bijdragen aan dit verschijnen van je leerlingen als leerling-subject. Je kunt het het beste zien als zijnde tien facetten van een onderwijskundig en opvoedkundig project.

Ik licht er 2 uit.

1 Een leerling als subject is in staat
in de wereld te zijn zonder er altijd het centrum van te willen zijn.

 
Een leerling krijgt toegang tot zijn subjectiviteit
doordat hij in staat wordt gesteld een precieze plaats in de groep in te nemen, met de rechten en plichten die voortvloeien uit de rol die hij speelt.

2 Een leerling als subject is in staat
het verlangen om te willen weten te transformeren tot een verlangen om te leren.

Een leerling krijgt toegang tot zijn subjectiviteit
door hem onderdeel te maken van projecten die hem in beweging brengen en in staat stellen obstakels te overwinnen, die weliswaar lastig, maar wel overkomelijk zijn.

Onderwijs moet onze leerlingen de kans geven om in de wereld te komen. Maar onze wereld is veranderd schrijft Meirieu. De aanslagen in januari 2015 op Charlie Hebdo kwamen keihard aan. Maar daar was nog iets te bedenken zoals wraak op het plaatsen van de karikaturen.

Met de aanslagen van 13 november werd onze jeugd definitief geconfronteerd met wat je in het Frans ‘le mal absolu’ noemt. Tot die dag was het absolute kwaad iets waarover je alleen gehoord had tijdens de geschiedenislessen: de Holocaust. Vanaf die avond van de 13e november kwam het kwaad als een kanonschot het leven van al onze kinderen binnen. Vanaf nu was opeens iedereen slachtoffer.

Hoe kijk ik als leraar aan tegen de ontwikkelingen van vorig jaar?

Het is een afgrijselijke constatering dat de daders van de aanslagen van Charlie Hebdo en die van 13 november afkomstig zijn uit ons  onderwijssysteem. Hebben zij geen leraren gekend die hen hebben onderwezen dat de wereld als één grote tafel is waaraan iedereen een plek heeft en waarin iedereen een ander perspectief op die wereld kan en mag hebben? Dit zijn de woorden van Hannah Arendt.

Eens te meer besef ik dat juist nu goed onderwijs primordiaal is.  

Ik keer terug naar de 10 handreikingen van Meirieu waar ik u net over vertelde. Graag deel ik nog 2 van deze schitterende handreikingen van Meirieu met U.

1 Een leerling als subject is in staat
afstand te nemen om te luisteren naar zienswijzen van anderen, buiten en in zichzelf.

Een leerling krijgt toegang tot zijn subjectiviteit
door hem in dialogische situaties te brengen, ertoe te brengen systematisch te onderzoeken wat hij zegt en wat hij doet vanuit het gezichtspunt van de ander.

Voor mij als docent ligt hier een taak. Laten we leerlingen leren om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in een ander.

2 Een leerling als subject is in staat
zich te onttrekken aan de verleiding en de greep van een persoon, voorwerp of groep.

Een leerling krijgt toegang tot zijn subjectiviteit
door hem in staat te stellen het risico te nemen anders te zijn, zonder hem binnen de groep in gevaar te brengen.

Ik citeer uit Meirieu uit De plicht om weerstand te bieden:

‘Hiervoor moet de leerling in toenemende mate zelfstandig kunnen
bestaan en ‘voor zichzelf leren denken’. Volwassenen moeten hem, als
overdragers van de vrijheid, toestaan verschillend te durven zijn. Opvoeders moeten een partnerschap met hem sluiten om hem te helpen
weerstand te bieden aan alle vormen van druk om aan de norm te voldoen, of deze nu familiaal, tribaal, commercieel of ideologisch zijn. Concreet genomen moeten we de assimilatie en de vernedering verbannen en de leerling verschillende culturele werelden laten ontdekken.’

School is de plek waar we deze dialoog met de plurale wereld aangaan.

Diep geraakt ben ik door het slot van het boek van Meirieu waarin hij een pleidooi houdt voor de tien noodzakelijke hervormingen om een democratische school te bouwen en zo het hoofd te bieden tegen de uitdagingen van de toekomst.  Ik onderschrijf alle tien de genoemde  middelen met heel mijn hart, maar wil er één met u delen.

We moeten overstappen van een tunnelvisie-logica naar een logica van uitwisselingen en ontmoetingen.

‘Een leerling moet niet alleen toebehoren aan een klas, een bepaald profiel of vak, maar moet ook de mogelijkheid hebben om leerlingen uit andere klassen, niveaus, profielen of vakken te ontmoeten. Hij moet tijdens zijn schooltijd het anders-zijn van anderen kunnen ontdekken, met oog voor de specifieke behoeften en vragen van de ander op dat moment.

Naar mijn idee bieden wij leerlingen veel te weinig ontmoetingen die gebaseerd zijn op diversiteit.

Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in deze ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen. 

Als leerkrachten bewegen we voortdurend tussen theorie en praktijk, tussen nieuwsgierigheid, verrassing, bemoediging en vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat door vertrouwen en bemoediging veel gelukkige ontmoetingen tussen kennis en leerling tot stand komen. Onlangs citeerde Meirieu op twitter mijn lievelingsdichter Paul Eluard: ‘Toute caresse, toute confiance se survivent.’ Een liefkozend gebaar en vertrouwen zullen altijd overleven. Ik voeg daarbij zelf altijd de glimlach als bemoediging: le sourire.

 
Janusz Korczak 1878-1942

Maar helaas lukt het niet altijd, zoals in dit gedicht, om een kind tot leerling-subject te brengen. De dialoog komt niet altijd tot stand. ‘We weten het als geen ander als leerkracht. Er zijn fouten die je steeds weer zult maken want je bent een mens en geen machine’ zei de pedagoog Janusz Korczak. Hij maakt deel uit van de lijst van ruim 60 pedagogen die weerstand hebben geboden. U vindt dit schitterende overzicht van pedagogen achterin het vertaalde boek.

Ook in het Franse boek le Sagouin van François Mauriac gaat het mis.  Een verwaarloosd kind Guillou ontvangt op een cruciaal moment niet het vertrouwen van zijn onderwijzer. Het boek eindigt grandioos met een reflectie van dezelfde onderwijzer die terugdenkt aan de lerarenopleiding waar hij geleerd heeft wat de etymologie van het woord instituteur is; celui qui établit, celui qui instruit, celui qui institue l’humanité dans l’homme. Hij is het die de wereld, de menselijkheid, het mens zijn in het kind brengt. Deze onderwijzer troost zichzelf dan met de woorden: ‘maar er zullen nog  andere Guillous op mijn weg gaan komen.’

Ik zou een lans willen breken voor het lezen van zowel Biesta als Meirieu op de lerarenopleiding. Waarom spreken Meirieu en Biesta mij aan? Bij beide staat centraal: wat wil je bereiken met onderwijs en opvoeding? Inhoud, relatie en doel daar draait het om. ‘Kinderen leren iets van iemand met een bepaald oogmerk’ zou Biesta zeggen.

Beide denkers houden me scherp en geven richting aan mijn onderwijspraktijk. Ze vragen me om voortdurend op mezelf te reflecteren als docent. Eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat het wel wat van je vergt als lezer om hun doorwrochte ideeënwerk binnen te laten komen. Soms overstijgt hun gedachtengoed me. Maar daar houd ik van! Juist van lesstof die je overstijgt leer je zegt Meirieu. Ik interpreteer en plooi hun gedachtengoed dan naar mijn eigen onderwijspraktijk.

 
 
Dankzij de inzet van René Kneyber voor het werk van Biesta en van Simon Verwer met deze waardevolle vertaling van Meirieu zijn beide denkers  toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Ik kan u verzekeren dat het vertalen uit het Frans geen sinecure is. Simon: ik maak een diepe buiging voor je. Ik was zo benieuwd hoe je bepaalde woorden als l’éducabilité, l’éthique de l’altérité haast onvertaalbaar, zou verwoorden zonder aan kracht in te boeten. Ik geef nog een tip mee aan de uitgever René Kneyber. Vraag Simon om zo snel mogelijk  Lettre à un jeune professeur te vertalen zodat ook deze parel zo spoedig mogelijk op de boekenlijst van alle lerarenopleidingen gezet kan worden. Er is haast bij om toekomstige docenten toegang te geven tot dit gedachtengoed en met hen het gesprek aan te gaan over de urgentie van goed onderwijs en hen er ook op te wijzen dat een docent niet alleen lesgeeft maar ook het goede voorbeeld moet geven in het cultiveren via wetenschap, historie en literatuur van een rijk innerlijk leven. Jonge leraren dienen deze dimensies ook te kennen. Dat mis ik helaas wel eens.

Monsieur le professeur tot slot nog een kort woord tot u.

Onlangs sprak u de woorden dat er twee dingen vreselijk ontbreken aan het onderwijs vandaag de dag: hoop die gedragen wordt door moed:deux choses qui manquent cruellement à l'éducation aujourd'hui: de l'espoir porté par du courage.’

Ik weet dat u, net als ik, houdt van de dichter Paul Eluard.
Daar waar ik begon met een gedicht, wil ik ook eindigen met een gedicht. Een gedicht van hoop en vertrouwen dat ik altijd deel met mijn examenleerlingen voor ik ze loslaat als docent en ze letterlijk de wereld in laat gaan.

Et un sourire    
La nuit n’est jamais complète
Il y a toujours puisque je le dis
Puisque je l’affirme
Au bout du chagrin une fenêtre ouverte
Une fenêtre éclairée
Il y a toujours un rêve qui veille
Désir à combler faim à satisfaire
Un cœur généreux
Une main tendue une main ouverte
Des yeux attentifs
Une vie la vie à se partager.
En een glimlach (vert: L. Breek)
Het is nooit volledig nacht
Er is altijd omdat ik het zeg
Omdat ik het beweer
Aan het eind van verdriet een open raam
Een verlicht raam
Er is altijd een droom die waakt
Een wens om te vervullen honger om te stillen
Een gul hart
Een gestrekte hand een open hand
Aandachtige ogen
Een leven het leven om samen te delen

 

 

                                     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

maandag 14 december 2015

Het werk van Gert Biesta toegepast op concrete lessituaties.

Vrijdag 11 december was ik aanwezig bij de werksessie met Gert Biesta over virtuositeit in het onderwijs georganiseerd door Het ABC (onderwijsadviseurs) in Amsterdam
Nu heb ik vaker bijeenkomsten met Gert Biesta bijgewoond, maar dit was de eerste keer dat wij als deelnemers zelf een vertaalslag zouden maken van zijn gedachtengoed naar een toepassing hiervan in de praktijk.
Bij mijn lesvoorbereidingen vraag ik mezelf voortdurend af welke doeldomeinen ik raak. Niet dat ik iedere les steeds alle drie de domeinen (kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming) aan bod wil laten komen, maar het is inmiddels een vanzelfsprekendheid voor me geworden om een korte lessencyclus tegen het licht van deze drie doeldomeinen te houden. De leidende vraag hierbij is: wat wil ik bereiken?

Na een introductie door Heleen Bouwmans van Het ABC over virtuoos onderwijs en een korte presentatie van Gert Biesta gingen we aan de slag met casussen van de deelnemers. De werkwijze was als volgt: Hester IJseling en ik brachten elk een casus in waarna Gert Biesta hierover in gesprek ging met ons. 

Hieronder de methodiek van de casusbespreking.
  • - Beschrijf de situatie en je eigen handelen.
  • - Waarom deed je dat?
  • - Hoe zitten de drie doeldomeinen daarin?
  • - Wat is de effectiviteit en vormende kwaliteit van je handelen?
  • - Welke spanning en trade offs zie je?
  • - Wat neem je daarvan mee?

Dit is de casus die ik gedeeld heb. Ik heb gekozen voor een recent onderwijsmoment.

 Woensdag 9 december examenklas 6 vwo. 
Deze les staat het lezen van een gedicht uit de Romantiek op het programma. Demain dès l’aube van Victor Hugo. Ik herinner me nog goed dat ik het zelf op de middelbare school las. Het gedicht gaat over verdriet. Hugo die afscheid heeft moeten nemen van zijn geliefde dochter Leopoldine die omgekomen is tijdens haar huwelijksreis op de Seine. Jaren later gaat de dichter op pad en reist hij door het landschap op weg naar haar graf om daar bloemen op te leggen. We lezen het gedicht en luisteren kort naar verschillende muzikale uitvoeringen. Ja zelfs naar een rapuitvoering, maar tot mijn verbazing vinden mijn leerlingen dat maar niets voor dit gedicht. We bestuderen de vorm, het rijmschema, ze ontdekken wat een alexandrijn precies is en we verbazen ons dat een gedicht dat in de eerste strofe lijkt op een liefdesgedicht aan het einde opeens een treurige wending krijgt. Maar we hebben het vooral ook over het verdriet van deze man na het verlies van zijn dochter en waarom hij die lange weg aflegt via bossen, bergen, velden om levende bloemen op haar graf te leggen. 

Eigenlijk wilde ik na het lezen van dit gedicht nog oefenen voor het schoolexamen luistervaardigheid van half januari, maar dinsdagavond, de dag voor deze les, zie ik op het 8 uurjournaal een fragment van het concert van U2 in Parijs. Het afgelaste concert van 14 november, de dag na de aanslagen, werd ingehaald.
Bono de leadzanger van U2 vertolkte in het Frans het eerste couplet van Ne me quitte pas. Ik besluit om geen luistervaardigheid te trainen, maar hier aandacht aan te besteden. Die avond maak ik wat opdrachten bij Ne me quitte pas van Jacques Brel. Ik laat het fragment uit het concert zien waar de namen van alle slachtoffers van 13 november op een groot doek, dat de Franse vlag voorstelt, verschijnen. Ik houd de gezichten van de leerlingen nauwlettend in de gaten en zie grote betrokkenheid.  

 Daarna gaan we aan de slag met de betekenis van het chanson. Wat zingt Bono nu eigenlijk? In welke situaties zeg je tegen iemand Ne me quitte pas; verlaat me niet?

 Na de les blijft X hangen. Dit is het 4e jaar dat ik X lesgeef. X komt uit een diep dal. Wat heeft ze het vorig jaar moeilijk gehad. Regelmatig blijft ze na de les hangen of komt ze zelfs terug naar mijn lokaal na lestijd voor een gesprekje. Zo ook afgelopen woensdag.
“Weet u mevrouw Breek, als het niet zo goed met me gaat dan denk ik altijd maar aan uw liedjes uit de les.”

Dit zijn enkele vragen die Gert Biesta aan mij stelde en een korte weergave van mijn reactie met wat aanvullingen.

Beschrijf de situatie en je eigen handelen. En waarom deed je dat?
De keuze voor het omgooien van deze les was voor mij een innerlijke drive waar ik niet omheen kon. Ik wilde deze emotie van het concert aan mijn klas meegeven. Deze les draaide alles om verdriet. Verdriet van de dichter Hugo om het verlies van zijn dochter en het verdriet van alle slachtoffers in Parijs van wie de namen door de projectie op de Franse vlag levend werden gehouden. Dit viel samen. Ik voelde dat de vorm van deze les het goede was om te doen. Op dat moment prefereerde ik om de kwalificatiekant van de luistervaardigheid te laten voor wat het was en vooral de twee andere domeinen tijdens deze les te beroeren. Eigenlijk stond deze keuze voor een ontmoeting, een aanraking met de klas.
Onderwijzen is voor mij voortdurend deze keuzes maken. Ik houd altijd in mijn achterhoofd dat er in iedere klas leerlingen zitten die van huis uit nooit dit soort ervaringen meekrijgen. School is voor hen vaak de enige plek om in contact te komen met dit soort ervaringen die de wereld voor hen openen. Om met de woorden van Biesta te spreken: voor mij was deze keuze om deze emotie met mijn klas te delen op dat moment onderwijspedagogisch wenselijk en onontkoombaar.

Hoe zitten de drie doeldomeinen erin?
Ik denk dat ik in deze les toch alle drie de doeldomeinen in beeld gehad heb. Wel trad er een verschuiving op van een dominant kwalificatiedoel in deze les naar een grotere focus op het vormingsaspect.
Het kwalificatiedomein was aanwezig door de overdracht van dit Franse gedicht Demain dès l'aube en het bespreken van literaire termen zoals kwatrijn, alexandrijn, strofe, en ''regard intérieur''. Maar ook bij het beluisteren van het chanson Ne me quitte pas kwamen onbekende woorden voor, maakten de leerlingen kennis met één van de grootste chansonniers aller tijden: Jacques Brel en pikten ze tussen de regels door ook nog wat uitspraak mee. Het socialisatieaspect zat vooral in het kennis nemen van tradities rondom verdriet en afscheid nemen. Waarom leg je bloemen op een graf? Maar het belangrijkste domein van deze les was wat mij betreft de persoonsvorming. Dit soort lessen zijn bedoeld om na te denken over jezelf in relatie tot de wereld. Onderwijs is niet alleen een productieproces, maar bovenal een vormingsproces.

Wat is de effectiviteit en vormende kwaliteit van je handelen?
Ik vermoed dat het merendeel van de klas zich deze les over een jaar nog  herinnert. Een mens herinnert zich emotie. Ik had een klas vol aandacht en betrokkenheid: alle blikken waren op het scherm gericht. Duidelijk was dat deze leerlingen niet immuun waren voor wat er zich op dat moment afspeelde in de wereld. Heb ik mijn plicht verzaakt door deze les niet te trainen voor een op handen zijnde schoolexamen? 
Ik denk het niet. Als docent moet ik deze ruimte nemen. Dit was bij uitstek zo'n situatie waar ik samen met de leerlingen nadenk over de wereld om ons heen, over welke waarden we belangrijk vinden om met elkaar te delen. In mijn onderwijspraktijk voel ik me gedragen door de volgende zin:
''What do you want the children you teach to be like as adults?'' (Ron Ritchhart).

Ik hoop dat deze les en andere onderwijservaringen mijn leerlingen helpen om verantwoordelijk te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen. 

Sommige effecten in het onderwijs zijn nu eenmaal niet meetbaar en daar is deze les een voorbeeld van. 







VICTOR HUGO

dinsdag 7 juli 2015

Waarom docenten voortdurend moeten herhalen wat effectieve studietechnieken zijn.



Loop een willekeurige school binnen en je ziet leerlingen die verkeerde studietechnieken toepassen. Leerlingen zijn geneigd om hardnekkig vast te houden aan leermethoden die ze zich in een eerder stadium eigen gemaakt hebben, ook al zijn deze volstrekt ineffectief. Daarom zal iedere docent zijn leerlingen de volgende boodschap bij herhaling moeten meegeven.


We onderscheiden effectieve en ineffectieve studietechnieken. Onder een effectieve studietechniek verstaan we een leermethode die leidt tot verbetering van je kennis op de lange termijn.

Om lesstof te onthouden heb je te maken met je geheugen. We onderscheiden een korte termijn- , een werk- en een lange termijngeheugen.
Onder lange termijngeheugen verstaan we de bibliotheek in je hoofd waarin kennis is opgeslagen.
Onder werkgeheugen verstaan we je vermogen om bewust informatie, zoals bijvoorbeeld lesstof, te verwerken.
Het korte termijngeheugen stelt je in staat om informatie kort te onthouden bijvoorbeeld iemands telefoonnummer of iemands adres.

Er bestaan twee studietechnieken die weinig effectief blijken te zijn, maar die door veel van jullie worden gebruikt.

1 Je leert weinig van het steeds herlezen van de lesstof.
Kennis van de studiestof wordt niet verankerd in je lange termijngeheugen door de tekst regelmatig te herlezen. Als dit je manier van leren is dan houd je jezelf voor de gek.

Wanneer kan dit herlezen wel effectief worden?
Je leert pas iets als je daarna deze lesstof in je eigen woorden navertelt alsof je het aan een medeleerling moet uitleggen. Dan pas vindt het echte leren plaats!

2 Je leert weinig van het onderstrepen (of markeren) in studieteksten.
Het onderstrepen in lesstof helpt niet bij het memoriseren hiervan. Vaak doe je dit ook nog als je een tekst voor het eerst leest, terwijl je dan eigenlijk nog niet precies weet wat de hoofd- en de bijzaken zijn. Als je wel wilt onderstrepen, doe het dan in ieder geval niet als je een tekst voor de eerste keer doorleest.

Wanneer kan het onderstrepen wel effectief worden?
Het onderstrepen in studieteksten is alleen nuttig als je daarna nog een vervolgactiviteit koppelt aan wat je eerder onderstreept hebt, bijvoorbeeld door hier flash cards van te maken.

Maar er bestaan drie geheugentechnieken die wel erg effectief blijken te zijn!

1 Je leert veel als je je studiemomenten spreidt.
Als je de avond voor een toets urenlang stampt, houd je jezelf helaas weer voor de gek. Je slaat kennis tijdelijk op om het daarna ook weer te vergeten. Dat is precies hetzelfde als een woord schrijven in het zand. Vandaag staat het woord er nog, maar morgen is het vrijwel verdwenen. Gespreid leren zorgt er juist voor dat de opgedane kennis ook echt wordt opgeslagen in de bibliotheek in je hoofd; jouw lange termijngeheugen.

2 Je leert veel als je dat wat je eerder geleerd hebt ook regelmatig uit je geheugen blijft ophalen door jezelf te testen. 
Dit kan d.m.v. een proeftoets, flash cards, een quiz of door je te laten overhoren.
Als je lesstof op deze manier vaak herhaalt dan beitel je als het ware de kennis in je lange termijngeheugen. Bovendien merk je vanzelf of je de stof nog paraat hebt of dat deze is weggezakt en bijgewerkt moet worden. Vergelijk het me het updaten van je computer.

3 Wissel tijdens het leren tussen verschillende vakken en onderwerpen.
Het langdurig oefenen van één vak of vaardigheid is minder effectief dan het switchen tussen vakken/vaardigheden/maakwerk/leerwerk. Juist door deze afwisseling is je brein diep aan het leren omdat je zo meerdere routes aanlegt in je geheugen.

Tot slot
Bouw tijdens het leren een pauze in waarin je jezelf met aandacht vraagt wat je nu zelf van het geleerde vindt en probeer van je lesstof een beeld in je hoofd te maken dan beklijft het leerwerk nog beter!
Laat je tijdens het leren niet afleiden door een bombardement aan emails of what’s appberichten. Je ondermijnt daarmee je werkgeheugen dat daardoor niet op volle kracht kan werken.
Voor leren moet je wel wat moeite doen!

Als iedere docent zijn leerlingen instrueert over deze effectieve studietechnieken, dan pas zal er binnen scholen succesvol leren plaatsvinden en worden scholen echte leergemeenschappen.

Literatuur

Peter C. Brown, Henry L. Roediger III, Mark A. McDaniel (2014). Make it stick. The science of successful learning. Cambridge MA: The Belknap Press of Harvard University Press.
Benedict Carey (2014).  How we learn. The surprising truth about when, where, and why it happens. New York: Random House.